
Reuzebalsemien
Vandaag gaan we eens even lekker exotisch doen. Of invasief. Of allebei. Invasieve exoten. Soorten die van nature niet in Nederland thuis horen. Dat klinkt politiek incorrect en ook heel ongezellig.
Eéntje die we nu te lijf kunnen gaan is de reuzebalsemien, in het latijn bekend als ”Impatiens glandulifera”.
Van oorsprong komt deze sierlijke ontploffende peulenplant helemaal uit de Himalaya. Ze houdt van natte voeten, dus groeit ze op vochtige grond of langs het water, waar ze snel andere soorten verdringt. Het is een manshoge plant met prachtig roze/witte grote bloemen, die veel voedsel geven voor bijen en hommels. De Reuzebalsemien is de grootste springbalsemien in haar soort en heet niet voor niets zo. De rijpe zaadpeultjes springen spectaculair open bij aanraking waarbij de zaadjes meters worden weggeslingerd. Voor kinderen zijn de plotseling openknallende peultjes niet te weerstaan. Als je een zak om de rijpe peultjes doet, kun je de zaadjes vangen en de woest woekerende plant indammen. De rijpe zwarte zaadjes smaken heerlijk nootachtig, vooral als je ze even roostert met een paar korrels zeezout. Eet ze dan direct of vermaal de zaden tot meel en mengen in hartige en zoete baksels.
Het grootste deel van de plant zit tjokvol met tannine en is daardoor minder goed eetbaar. Ze smaakt bitter. De zaadjes zijn taninevrij, de peultjes hebben maar een heel klein beetje tanine en kun je goed roerbakken. Hele jonge scheuten worden door sommige mensen ook gegeten. Niks voor mij.
Één van de tannines in de scheuten en blad van alle springbalsemienen bevat hetzelfde stofje dat ook in henna zit. Je kunt prachtige gele kleurstof maken van de stengels van dit woekerplantje. Maar, probeer eerst maar eens wat zaadjes vangen! Eet smakelijk! En je weet het: If you can’t beat it, eat it.

Ingredients
1 kop goed aangestampte jonge bladeren, (flink proppen dus)
1 kop noten (walnoten, hazelnoten, pompoenzaden etc.)
1/2 kop extra vierge olijfolie
1/2 tot 3/4 kop parmezaan of edelgistvlokken
zout en peper